Voor danseres en organist (Torenbos/Andriessen)
Betsy Torenbos voerde een eenmalige unieke performance uit.
Louis andriessen maakte een compositie voor orgel met avoirdupois-gewichten.
Met een eenvoudige touw constructie maakten de organist en de danseres de koorden los en zo onstond een uniek en spannend ritueel met dans, zout en orgelklanken.
Petri Leijdekkers
Speech van Petri Leijdekkers
Ontmoetingen in Oost-Friesland
Zeer geachte heer Manzke, heer Theuerkauf, heer Lesch,
zeer geachte kunstenaars, dames en heren,
Kerk en kunst hebben eeuwenlang een nauwe relatie onderhouden. De kunst hielp de kerk bij haar taak om de mensheid verhalen over God en de Bijbel te vertellen. Mensen konden vaak niet lezen, maar wel kijken. Terwijl de hemelse zang onder de gewelven weerklonk, verscheen het beeld en maakte zichtbaar. De verhalen omlijstten, in steen gehouwen, de kerkportalen; zij verschenen geschilderd op muren en gewelven of op houten altaarstukken. In monumentale fresco’s en intieme paneelschilderijen leren wij de interpretaties en verkondigingen kennen uit de tijd waarin het kunstwerk ontstond. Ook in en rond de kerken van Aurich vinden wij sporen van deze rijke cultuur.
Ontmoetingen 2 is een tentoonstellingsreeks waarin kunst en kerk elkaar opnieuw ontmoeten, zij het in een andere verhouding en met een andere rol. De kunst is niet langer de vertaalster van het grote collectieve verhaal, maar beschrijft steeds meer de individuele wereld van een nieuwe tijd. De tentoonstelling omvat uiteenlopende visuele ontmoetingen tussen kerk en hedendaagse kunst, maar ook tussen verschillende opvattingen, disciplines, richtingen, media en reflectieve uitgangspunten. De zeven door mij gekozen kunstenaars vormen samen een magnetisch veld van richtingen die de tentoonstelling tot een onvergetelijke ontmoeting kunnen maken.
Voor de tentoonstelling in de zes kerken in de omgeving van Aurich koos ik zeven kunstenaars, in de leeftijd van ongeveer 27 tot 60 jaar, die ieder een eigen relatie hebben met het noorden van Nederland. Dat kan zijn omdat zij daar geboren zijn, er werken of hun opleiding hebben gevolgd aan Academie Minerva of het Frank Mohr Instituut; één man en zes vrouwen, die ieder een eigen visie, een eigen manier van materiaalgebruik en vormgeving en een eigen discipline hebben, en zo aan het fenomeen ontmoeting een eigen dimensie geven.
In het werk van Gjalt Blaauw in de kerk van Wiegboldsbur schittert de beeldhouwkunst. Blaauw werkt met zware materialen zoals steen, hout en ijzer, materialen die uit de aarde komen. Hij verwerkt ze echter tot lichte massa’s die zich aan de zwaartekracht lijken te willen onttrekken. De scheppende wil om steen om te vormen tot iets dat het wezen van steen tegenspreekt, verandert het in een illusie. De lichtheid van de oprichtende kracht in zijn werk baant zich een weg tussen de stenen graven op de warf buiten de kleine, sierlijke kerk van Wiegboldsbur.
Mariëlle Buitendijk toont in de kerk van Wiesens haar tijdloze beelden van stadions. Vorig jaar ontving zij van de Nederlandse koningin Beatrix de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst voor haar monochrome, grijze schilderijen, waarin zij haar icoon van het stadion heeft vormgegeven. Het zijn slechts schijnbare abstracties: beeldconstructies van brood en spelen, politieke macht, massahysterie en vervolging. Ze zijn gereduceerd tot de rust van een in beeld gebrachte herinnering.
Annegret Kellner (in de kerk van Timmel) onderzoekt de fysieke werking van een beeld. Zij maakt de suggestie van pijn voelbaar door visuele middelen. Met minimale middelen bereikt zij een maximale werking. De ontdekkingen in haar zoektocht naar het meest suggestieve beeld herinneren aan afbeeldingen uit de christelijke kunstgeschiedenis: beelden van mystici en heiligen in de vervoering van hun pijnlijke extases, beelden waarmee katholieke kerken ooit gevuld waren.
In het werk van Nancy Pigmans in de kerk van Strackholt wordt het gewaad van de katholieke eredienst verbonden met wereldlijk geweld. Nancy bouwt vliegtuigen van priestergewaden, die met hun rijke borduursels al eeuwenlang het ritme van hoogmis en vespers met visuele pracht omlijsten. In haar handen worden deze visuele dragers van het katholieke zondagse ritueel metaforen voor vernietiging, maar ook voor schoonheid. Op kleine vaandels borduurt zij haar kennis van vliegtuigen. Het zijn opsommingen, ontstaan uit haar jongensachtige fascinatie. Deze fascinatie verbindt zich, in combinatie met het andere dat haar altijd al bezighield – het ritueel, het feest van de eredienst.
Anja Hertenberger en Lucienne Pereira ontmoeten elkaar in de mooie Lambertikerk in Aurich. Hertenberger werkt met computermedia, haar eigen lichaam en haar communicatieve vaardigheden. Zij maakte van haar lichaam een camera en ging met mensen op straat in gesprek over de spionagecamera’s die openbare ruimtes scannen en controleren. Met zelfgemaakte camera’s scant zij haar blik op de samenleving, niet alleen in fysieke maar ook in psychologische zin. In de heldere ruimte van deze neoklassicistische kerk ontmoet haar West-Europese werk, haar ernstige onderzoeksdrang, het Braziliaanse feest van Lucienne Pereira, dat zich hult in de uitbundigheid van kleurrijke stoffen en het licht dat de kerk binnenvalt.
En dan Betsy Torenbos. Wij zijn zojuist haar dans tegengekomen. In de kerk van Middels brengt Betsy Torenbos haar beweging samen uit de choreografie De Tijd, die zij op de muziek van de Nederlandse componist Louis Andriessen danst met mensen uit het volk – niet alleen uit Groningen of Drenthe in Nederland, maar ook uit Griekenland, Cyprus en Japan, waar zij eveneens werkzaam is. Als iemand een ontmoeting tot stand brengt, dan is zij het. In haar ontmoeten muziek, beeldhouwkunst, lichaam, levensfasen en cultuur elkaar op intense wijze, maar ook aspecten als vorm en betekenis, dans en ritueel, magie en landschap. Mensen uit de hele wereld ontmoeten elkaar in haar films en haar symbolentaal. In de stille atmosfeer van de kerk van Middels reconstrueert zij, op mijn verzoek, haar theatrale vormgeving van deze prachtige muziek van Andriessen in de vorm van een autonome installatie.
Met de keuze van de werken voor de zes Duitse kerken wilde ik laten zien dat kunst de wereld van betekenis voorziet. Ik bedoel hiermee niet louter esthetiek, hoewel het allemaal prachtige beelden zijn. Elk beeld draagt betekenis, enerzijds door zijn eigen conceptuele bestaan, anderzijds door de relatie die het aangaat met de ruimtes en objecten in de eeuwenoude omgeving in en rond de kerk. Daardoor is de tentoonstelling zowel in artistieke als in maatschappelijke en historische zin een inspirerende plaats van ontmoetingen.
Ik dank Betsy Torenbos voor haar enthousiaste inzet, Louis Andriessen voor zijn muziek, die hij speciaal voor het Lambertiorgel componeerde, Anja, Lucienne, Nancy, Annegret, Mariëlle en Gjalt voor het vertrouwen dat zij mij gaven dat dit een bijzonder geslaagde ontmoeting zou worden. En met hen het publiek. Ik dank u.
Petri Leijdekkers
16-09-2006, 18.00 uur
Lambertikerk Aurich